Tijdsbeeld
Decennium van verandering
De jaren zestig brachten veel onrust en veranderingen. Maar dat was vaak niet negatief. Er waren gevoelens van hoop op verbetering, vernieuwing, vrijheid.
Samengevat zijn de grote thema's van de jaren zestig:
- Individualisering: mensen worden zelfstandiger en willen meer voor zichzelf opkomen; oude structuren brokkelen af.
- Democratisering: minder 'autoriteit', meer inspraak en verantwoordelijkheid.
- Emancipatie en medezeggenschap leiden tot nieuwe werkverbanden en nieuwe vormen van samenleven, alsmede de vrouwenemancipatie.
- Secularisering: afnemende invloed van kerken op maatschappij en mensen
- Maakbaarbeid: mensen kunnen hun eigen ontwikkeling medebepalen en de maatschappij zelf inrichten
- John F. Kennedy
- Maatschappelijke onrust
- X-sluit
President John F. Kennedy (1960-1963) hield bevlogen toespraken., zoals dit fragment uit zijn inaugurale rede. |
Kennedy zette aan tot de Gemini- en Apolloprojecten die leidden tot de landing op de maan (juli 1969), die rechtstreeks op de televisie te zien was. Amerika was gewikkeld in een wapenwedloop met de Sovjet-Unie, die onder meer leidde tot de ontwikkeling van zeer zware raketten. De Russen plaatste begin jaren zestig raketten op het communistisch geworden Cuba hetgeen leidde tot de Cuba-crisis (1962). De wereld stond aan de afgrond van een kernoorlog. De angst voor zo'n vernietigend conflict leidde over de hele wereld tot betogingen en verzet. |
Scott MacKenzie had in 1965 een superhit met dit nummer "San Francisco". Het was een cultnummer dat paste bij de 'Flower Power'. De sfeer van 'make love, not war' sprak vele jongeren aan. Zij stonden bekend als 'hippies' met veelal lange haren, baarden en snorren. Ze experimenteerden met andere samenlevingsvormen, kleding, met 'vrije seks'. Door ouderen werden ze wel betiteld als: 'langharig, werkschuw tuig'.
Provo is in zekere zin te beschouwen als een voortzetting van de 'Flower Power'. Hier ging het echter om het uitdagen, provoceren, van de autoriteiten, ofwel de 'regenten'. Robert Jasper Grootveld hield op het Spui 'anti-rook protesten' - die uitgroeiden tot de 'happenings'. Zie 'Herinneringen aan Jasper Grootveld'. Er is in 2014 een film gemaakt over de roerige jaren zestig en de Provobeweging onder de titel: "Rebelse Stad". Klik hier voor de trailer (op Youtube). |
De generatie van net na de oorlog (de 'babyboomers') werd volwassen en kwam op vele terreinen in verzet tegen de gevestigde orde. Dit verzet had meerdere kanten.
|
Bevolkingsgroei
De bevolking groeit van 11,5 miljoen in 1960 tot bijna 13 miljoen in 1970. Overheden worden veel actiever en gaan steeds meer over op het maken en (doen) uitvoeren van plannen en structuurschema's voor grote infrastructurele werken en stadsuitbreidingen.
Er komt een Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO, 1965) waarin een stelsel van plannen omschreven wordt. De verantwoordelijkheid voor de inrichting van de ruimte wordt deels naar lagere overheden wordt overgeheveld (streekplannen, bestemmingsplannen ).
"Ruimte voor de volte" - de 'Stedenbanden' met de groeikernen. Vele plannen zijn gemaakt, waarvan -gelukkig- niet alles is uitgekomen. |
Het kaartje hiernaast komt uit de Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening, 1966. De centrale overheid ging uit van een bevolking van 20 miljoen in 2000. Al die mensen moesten ergens wonen, werken, reizen en recreëren. Maar men wilde voorkómen dat het hele land zou dichtslibben. Voorzien was een samengroeien van stedelijke gebieden tot 'stedenbanden' (zoals de Bandstad Twente). Maar het grote antwoord was 'gebundelde deconcentratie' waarbij 'groeikernen' zouden komen op enige afstand van de bestaande grote steden (als rond Amsterdam, Rotterdam). Daarnaast zou er een 'bufferzone-beleid' gevoerd worden waarbij open ruimtes tussen de stedelijke kernen bleven bestaan. Er zijn later nog vijf Nota's op de R.O. uitgekomen (1960, 1966, 1973, 1988, 2001). Tussendoor werden de nota's bijgesteld. In de latere nota's werd het groeikernenbeleid afgebouwd. |
Rond de oudere stadskernen komen nieuwe wijken met voornamelijk flats. Later begonnen stadsbewoners te verhuizen naar 'groene' nieuwbouw in de groeikernen verder van de steden af: de 'overloop' kwam op gang. Dit werd mogelijk gemaakt door het toenemende autobezit en het gereedkomen van nieuwe spoor- en snelwegen, bruggen en tunnels.
In het ontwikkelde planologisch systeem kwam de bestemming 'natuurgebied' er vooralsnog bekaaid af. Toch was er wel enig besef bij de overheid, blijkens dit fragment uit de troonrede van 1961 (links).
Toenemende welvaart
In de jaren zestig groet de economie sterk. De industriële productie neemt toe met een factor twee tot drie. Het algemeen welvaartsniveau stijgt en de lonen gaan omhoog (loongolf 1963). Huishoudens hebben meer te besteden, en ze raken voorzien van steeds meer apparaten: koelkast, wasmachine, telefoon, auto, televisie. Huizen, scholen, kantoren worden groter en luxueuzer (centrale verwarming!). De vraag naar energie neemt navenant toe; deze zal in de volgende decennia explosief stijgen.
Mensen werken minder: de vrije zaterdag komt, de werkweek wordt gemiddeld 40 uur. Men krijgt meer vakantiedagen en gaat er vaker op uit. De openlucht-recreatie neemt toe, net als het aantal kampeerterreinen.
Groen en ook al Grijs
Paradox: economie en welvaart groeien, natuur en milieu raken aangetast. Voor dit laatste was aanvankelijk weinig aandacht, maar er kwamen tegengeluiden.
Natuurbeschermingsorganisaties zien hun ledenaantallen stijgen
- Natuurmonumenten: in 1956 een ledenaantal van 25.000; in 1966 een aantal van 50.000; het terreinbezit steeg van 13.000 ha naar 20.000
- KNNV: in 1966 ongeveer 6.000 leden, dit steeg in 1978 naar meer dan 9.000
- Ook kwamen er meer bezoekers naar de natuurterreinen en werden er ook meer boeken verkocht. Zo kwamen in deze tijd natuurgidsen in kleur op de markt.
- Ontwikkeling Natuurmonumenten
- IVN-film 'Om het laatste groen'
- X-sluit
![]() |
Prof. Dr. J. Th. Oudemans was een bekend entomoloog (1864-1932). |
Prof. Dr. J. Th. Oudemans was de eerste voorzitter van NM (1906-1927). Hij schreef de eerste propagandabrochure, die hij persoonlijk op de Heren- en Keizersgracht in de bussen deed. |
Delen van de gedigitaliseerde versie van het laatst bestaande exemplaar (voor zover bekend!). Tientallen vertoningen hebben krassen en strepen achtergelaten. Helaas was het niet mogelijk die te verwijderen. Ook het geluid is niet erg fraai meer. Maar de film geeft een interessant beeld van hoe men in de jaren '60 tegen natuur, aantastingen en bescherming daarvan aankeek. |
In de jaren zestig verkreeg het I.V.N. een aantal natuur-films. Die werden uitgeleend aan onder meer afdelingen en ook vertoond in de werkkampen. Sommige films waren Engelstalig ('Between the Tides', 'Journey into Spring'), maar de film 'Om het Laatste Groen' was Nederlandstalig en eigendom van het I.V.N. Van de 16 minuten durende film zijn er hier ruim 5 te zien.
|
De eerste milieuactiegroepen ontstaan
De belangstelling voor het milieu en de milieuproblematiek steeg snel in dit decennium. De 'milieubeweging' kreeg duidelijk de wind in de zeilen. Enkele mijlpalen:
- 1962 - Het boek 'Silent Spring' ('Dode Lente', 1964) van de biologie Rachel Carson veroorzaakte een schokgolf, ofschoon veel van wat er in het boek besproken werd al eerder bekend was. Het boek was voortreffelijk geschreven en kreeg een grote verspreiding. Het beschreef op zeer indringende wijze wat de gevolgen waren van het wijd verspreide gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het ging vooral om de 'drins' (als DDT, telodrin, aldrin): gechloreerde koolwaterstoffen die nauwelijks afbreekbaar bleken, maar zich in de voedselketens ophoopten met grootschalige sterfte onder predatoren als bijvoorbeeld roofvogels en zeehonden.
- In Nederland publiceerde Dr. C.J. Briejèr zijn boek 'Zilveren Sluiers en verborgen gevaren'. Ook dit boek ging over de uitwerking van chemische stoffen in de natuur.
- 1965 - De Vereniging tot Behoud van de Waddenzee wordt opgericht (vooral door de activiteiten van de toen 16-jarige scholier Kees Wevers). Aanleiding waren de plannen tot inpoldering van het Waddengebied onder Ameland. In de ogen van vele Nederlanders, en vooral van politici, was het Wad eigenlijk een 'waardeloos moddergebied'. In 2009 werd het Werelderfgoed. Dankzij de enorme inzet van professionals en vele, vele vrijwilligers!
- 1968 - Actiegroepen keren zich tegen de vestiging van de Franse petrochemische fabriek 'Progil' in het Amsterdamse havengebied. Als reactie op een positief rapport van de gemeente maken biologiestudenten van het (UvA-)dispuut 'Congo' tegen-rapporten over de zeer schadelijke aspecten van het voorziene product (het zeer schadelijke, giftige CS2, koolstofdisulfide). Zij kwalificeren het beleid van het stadsbestuur als volkomen onvoldoende en onverantwoord. Progil is er nooit gekomen, althans niet hier!


Het I.V.N. groeit
- In dit decennium worden in het voor- en najaar Natuurwandelingen georganiseerd
- Er komen steeds meer materialen voor voorlichting en educatie (folders, lesbrieven, films)
- Er komt een Natuurgidsencursus die in steeds meer plaatsen gegeven wordt
- De Natuurbeschermingswerkkampen komen van de grond en nemen snel in aantal toe
- Vooral in de tweede helft van dit decennium gaat het I.V.N. meer aan de weg timmeren, zoals bij de actie 'Behoud het Deelerwoud' (1967)
- Het onderwijs besteedt meer aandacht aan de natuur ('veldbiologie' wordt -weer- populair) en aan de natuurbescherming; er komen schoolbiologen en ook I.V.N.-ers raken bij schoolwerk betrokken
- De personeelsgroei op het Landelijk Bureau weerspiegelt de groei van de organisatie
- Het aantal afdelingen groeit van circa 30 in 1960 tot 66 in 1969.