Overige Activiteiten
Het I.V.N. heeft vanaf het begin van zijn bestaan naast kampen en cursussen nog meer verschillende activiteiten ondernomen. De natuurgids is steeds de centrale persoon geweest: de vrijwilliger die medeburgers liet meegenieten van het mooie dat de natuur te bieden heeft.
De I.V.N.-afdelingen waren (en zijn!) in hoge mate autonoom. Zij ontplooiden vele initiatieven en activiteiten. Het educatieve werk was (en is!) georganiseerd in werkgroepen voor cursuswerk, excursies, lezingen, tentoonstellingen en voorlichtingsmateriaal. Afdelingen hadden -vaak vanaf het begin- ook eigen publicaties.
Afdelingen wisselden ideeën uit via het Landelijk Bureau. Anderzijds verspreidde het Landelijk Bureau publicaties en initiatieven voor activiteiten die de afdelingen konden gebruiken.
Het totale I.V.N. was en is een
Vereniging van verenigingen!
In de jaren zestig begonnen deze activiteiten op bescheiden schaal, maar namen in aantal sterk toe. Het IVN was er natuurlijk bij gebaat dat er veel publiciteit kwam. Afdelingen zorgden daar ook wel voor door lokale activiteiten te ontplooien of te zorgen voor publiciteit in lokale media.
Voor- en najaarswandelingen
Vanaf het begin organiseerden het I.V.N. (via de afdelingen!) voor- en najaarswandelingen, voor een ieder die belangstelling had. Daarnaast bouwden sommige afdelingen (mee) aan de realisering van een natuurcentrum.
Die werden aangekondigd via de media, en van uit het landelijk bureau werden affiches gemaakt en verspreid. Deze excursies waren in het algemeen een doorslaand succes: vele duizenden mensen werden bereikt. (Links: 1966; rechts: 1967) |
Natuurpaden, Natuurcentra
Naast wandelingen waren afdelingen al snel actief met het ontwerpen van natuurpaden en het (mee-)bouwen aan natuurcentra.
- Natuurpad
- Wachterscentrum
- X-sluit
![]() |
Het eerste natuurpad in Nederland werd uitgezet in het Haagse Meijendel, waarbij een boekje van 11 pagina's verscheen. Deze aanpak werd als enige tijd met succes toegepast in Zweden. In andere landen werden eveneens natuurpaden aangelegd. Mens & Natuur verscheen in maart 1963 met een themanummer, waarin diverse landen werden besproken. Later werden meer paden ontworpen en aangepast aan de seizoenen. Het was intensief, maar dankbaar werk. |
In oktober 1961 bouwen de jonge I.V.N.-afdelingen in Zuid-Limburg de tweede natuurwachtershut, gelegen op de Brunsummerheide. Het was een oud en nu gerestaureerd transformatorhuisje. In dit huisje werd nu een voorlichtingscentrum gemaakt, en in die zin was het een voorloper van het moderne bezoekerscentrum (Natuurmonumenten).
Ga met de muis over de afbeelding.
Publicaties
Het I.V.N. begon in dit decennium al met het uitgeven van verschillende publicaties, gericht op de educatie, waarvan een aantal een grote verspreiding kreeg.
- Affiches
- Diverse Uitgaven
- X-sluit
Er werden in de jaren '60 vijf affiches gepubliceerd in enorme aantallen, door beroepskrachten en vrijwilligers dagen én avonden ingerold en verpakt. Affiche 1 - 'Bescherming Wilde Planten' uitgegeven met steun van Shell-Nederland (1962). Er werden 13.000 exemplaren verstuurd naar onder meer lagere en middelbare scholen en verenigingsgebouwen. Kosten: 15.000 gulden. Ga met de muis over de afbeelding. Klik op de pijltjes om de platen te zien (het centrale pijltje bepaalt 'automatisch spelen'). |
![]() |
Het I.V.N. gaat in de jaren zestig steeds meer eigen publicaties uitgeven. De afbeeldingen van planten en dieren die op de affiches staan, worden verkleind als 'plakplaatjes' uitgegeven. Die zijn zeer populair bij het onderwijs. Van uit het onderwijs werd meer en meer gevraagd om materiaal, zoals informatie voor scripties, voor lesvoorbereidingen, voor illustratiemateriaal.
|
Dit boekje werd geschreven naar aanleiding van het overlijden van Jaap van Dijk. |
Het I.V.N. komt nu met uitgaven die tegen lage bedragen aangeboden worden, en ook bedoeld zijn voor het grote publiek. Bekend werd het boekje 'Een Natuurlijke Zaak' van Kees Hana. Hiervan werden 2000 exemplaren verkocht (1968). Dit boekje had vooral de milieuproblematiek tot onderwerp, en dat was voor het I.V.N. toen een vrij nieuw en controversieel onderwerp. |
Kees Hana, natuurkenner en
publicist (1910-1975).
Schoolbiologen
De naam 'schoolbioloog' werd voor het eerst genoemd tijdens een congres van de KNNV in 1947 (Groningen). Een schoolbioloog moest iemand zijn met een grote kennis van de (veld-)biologie én van het onderwijs, en die, zo mogelijk in dienst van een overheidsinstantie (gemeente) het biologieonderwijs op de lagere school én de kweekschool (later: Pabo) kon (helpen) verbeteren.
In de jaren zestig werden in verschillende gemeenten schoolbiologen aangesteld.
Hun werk ging mede over natuureducatie en het was dan ook geen wonder dat vanuit het IVN belangstelling voor 'de schoolbioloog' ontstond.
- Positie van het vak biologie
- IVN en de schoolbiologen
- X-sluit
Twee boeken over de Didactiek van het Natuuronderwijs. Het eerste is van W.J. Kabos en Th. van Leeuwen (1963, 1967), en behandelt de biologie. Het tweede (ga met de muis over de afbeelding) is een bewerking van een Amerikaans boek met heel veel informatie en praktische tips om het Natuuronderwijs (biologie, fysica) vorm te geven (1957). |
In de jaren zestig gold de Wet op het Lager Onderwijs (1920), waarin de vakken werden vermeld die gegeven moesten worden. Die vakken werden aangeduid met letters:
De onderwijzer(es) diende bevoegd (en dus ook 'bekwaam'!) te zijn voor al deze vakken, met uitzondering van 'j' en voor mannen 'k'. Biologie werd in de wet niet apart genoemd. Het viel onder Kennis der Natuur, ook wel Natuurkennis of Natuuronderwijs genoemd. Dit vakgebied omvatte zowel Biologie als Natuurkunde (Fysica). Daarbij werd Biologie vaker gegeven dan Natuurkunde, maar over het algemeen was de status van het vak 'Kennis der Natuur' op de Lagere School bedroevend. Onderwijzers hadden andere prioriteiten! |
Schooltuinen vormden een geweldig middel om kinderen (uit de grote stad!) in contact te brengen met de natuur. De foto is van de Gemeentelijke Dienst School- en Kindertuinen uit Den Haag, al opgericht in 1919. |
Een -beperkt- onderzoek, in de jaren vijftig uitgevoerd o.l.v. Dr. J.C. van der Steen (als didacticus verbonden aan de Universiteiten van Utrecht en Leiden) wees uit dat:
De biologielessen die gegeven werden, hadden vaak het karakter van een verhaalles, of het lezen van teksten in de boekjes. Ook kwamen de bekende wandplaten van Boerman en Knip nog wel voor de klas. Maar de levende natuur kwam slechts weinig aan de orde, net zo min trouwens als de experimentele, onderzoekende benadering die centraal zou moeten staan in de 'natuurvakken'. |
Natuurlijk werd op de Kweekscholen het vak Kennis der Natuur onderwezen, vaak -maar niet altijd- gescheiden in Biologie en Natuurkunde. Het niveau was doorgaans niet hoog, en de kennis van de ecologie, en in het verlengde ervan van de veldbiologie, hield bepaald niet over.
Er waren uitzonderingen: sommige leraren en onderwijzers brachten hun leerlingen wel degelijk in contact met de natuur. Zo hanteerden de leraren Dr. Theowald van Leeuwen en Dr. W.J. Kabos (kweekscholen te Amsterdam) als slagzin: "Breng de natuur in de klas en de klas in de natuur".Het algemeen lage niveau leidde tot het idee om het niveau van de biologielessen te verhogen door het aanstellen van een schoolbioloog.
![]() |
De eerste officiële schoolbioloog werd eind jaren vijftig aangesteld in Groningen. Al snel daarna kwamen er ook schoolbiologen in Enschede (Richard Struik) , Arnhem (Kees Houtman) en in Den Haag, in Maastricht en in Amsterdam (Wim Schroevers). Het I.V.N. fungeerde sinds 1967 als administratief contact-centrum voor de schoolbiologen.
Mens & Natuur kwam met twee themanummers (links). |
schoolbioloog omschreven als:
"Belangstelling wekken door het schappen van mogelijkheden
om kinderen, zelfontdekkend, met inschakeling van zoveel
mogelijk zintuigen de natuur te laten beleven"(...)
"Dit op een zodanige wijze dat de onderwijzer hiermee
geholpen wordt waar hij zelf tekort moet schieten door
gebrek aan kennis, mogelijkheid materialen te krijgen
en gebrek aan belangstelling."
Contacten andere organisaties
Meer en meer werkt het I.V.N. samen met andere organisaties als de ANWB, NM en de NS.
![]() |
Vaak gaat het om begeleiden door de gidsen van wandelingen die door deze organisaties worden aangeboden aan het grote publiek. |
- Boomplantdag
- Actie Deelerwoud
- X-sluit
![]() Boomplantdag in Amsterdam-West, jaren zestig. |
De gemeente Apeldoorn begon in 1957 met een 'boomplantdag'. Al snel namen vele gemeenten dit initiatief over. Kinderen zouden onder leiding bomen en heesters planten. Het idee was dat zij het groen dat ze zelf in de eigen woon- of schoolomgeving hadden geplant, zouden vernielen. Kinderen kregen tevoren enkele lessen. |
![]() |
De gemeenten werkten voor de boomplantdagen (via hun 'groenafdelingen') samen met scholen, schoolbiologen, NME-centra en zeker ook I.V.N.-afdelingen en -gidsen. In 1959 was de Boomplantdag uitgegroeid tot een nationale gebeurtenis en al snel sprak men van Boomfeestdag vanwege het feestelijk karakter ervan. |
NM-directeur Gorter:
Deze actie was een zeer geslaagd voorbeeld van de samenwerking van NM ent het I.V.N. |
![]() In de jaren zestig had het I.V.N. een eigen vrachtbus. Deze werd ook bij de Actie Behoud het Deelerwoud ter plaatse ingezet als voorlichtingscentrum. Hier een boswachter in gesprek met NM-voorlichtingsmedewerker Wolf Waterman. |