Organisatie - Groei-Stagnatie-Verandering
In de jaren negentig was er nog steeds groei, in aantallen leden en natuurgidsen, en in activiteiten. Maar deze groei vlakte wel duidelijk af. De geldstromen groeiden eveneens, maar de financiering werd een probleem.
Dit was ook dan ook het decennium van grote veranderingen.
Verhuizing naar het Hugo de Vries Centrum
voorheen Hugo de Vries Laboratorium
(Universiteit van Amsterdam).
Tekening Uitnodiging Persconferentie
22 april 1991.
Maart 1991. Het landelijk bureau verhuisde, samen met andere NME-organisaties, naar het heringerichte Hugo de Vries Laboratorium aan de Plantage Middenlaan, naast de Hortus botanicus. Het Hugo de Vries Centrum kwam tot stand.
Deze verhuizing was noodzakelijk. Al in de jaren tachtig groeide het Landelijk Bureau verder en de kantoorruimte, in een van de Artis lokaliteiten, werd te klein. Daarnaast wilde Artis weer zelf over de ruimtes
beschikken.
Diverse andere huisvestingsmogelijkheden werden bekeken, maar die waren minder geschikt. Toen, in de tweede helft van de jaren '80, kwam het Hortusgebouw vrij. De eigenaar, de UvA, wilde met het verdwijnen van de afdeling Systematische Plantkunde ook de tuin en het gebouw afstoten.
- Veranderingen in de Plantage
- Hugo B over de Plantage
- Groene Organisaties
- Hugo de Vries
- X-sluit
17e eeuw | Stadsuitbreiding, waarbij de 'Plantage' ontworpen wordt als parkachtig gebied, bedoeld voor ontspanning. |
1682 | De Hortus wordt gevestigd op de huidige plaats, en heeft vooral betekenis als Hortus Medicus voor artsenijkruiden. Apothekers en artsen doen hier kennis op van medisch te gebruiken kruiden. |
1715 | De toegangspoort is een der oudste delen van de Hortus. |
1878 | De Hortus wordt een onderdeel van de Universiteit van Amsterdam ('Gemeente Universiteit'). Studenten volgen colleges in wat nu de Oranjerie is. De Hortus krijgt ook een waarde voor de plantensystematiek. |
1911-15 | Teneinde Hugo de Vries te behouden voor de UvA wordt een nieuw laboratorium gebouwd, het huidige gebouw. |
ca 1950 | In de 20e eeuw verliest de Hortus zijn waarde als medische 'kruiden'-tuin, maar heeft als 'Hortus Botanicus' nog wel betekenis voor de plantensystematiek en is belangrijk voor het behoud van zeldzame en bedreigde soorten. Tevens krijgt de tuin een grotere recreatieve waarde. |
ca 1970 | De Hortus verliest in deze tijd ook de betekenis voor de plantensystematiek. De UvA stoot later de Systematische Plantkunde af. Bovendien verplaatst de UvA in enkele jaren de subfaculteit Biologie naar 'Anna's Hoeve' aan de Kruislaan. Hier gaat het Science Centre ontstaan. |
1975 | De gemeente Amsterdam draagt grond en gebouwen van de Hortus over aan de UvA. |
1986 | De UvA geeft te kennen de bekostiging voor de Hortus stop te zetten per 1 maart 1987. Buurtbewoners en (oud-)studenten richten de vereniging 'Vrienden van de Hortus' op: men wil de Hortus behouden. |
1987 | De Stichting 'Interimbeheer Hortus Botanicus' wordt gevormd door de gemeente en de UvA, met als doel de tuin te be- en te onderhouden. Directeur Henny Wiering treedt in dienst van de Stichting. Personele kosten komen deels nog voor rekening van de UvA. |
1991 | In maart verhuist het Landelijk Bureau van het IVN met een aantal andere NME-organisaties naar het heringericht Hugo de Vries Laboratorium, dat op voorspraak van Prof. J. Heimans nu gaat heten; Hugo de Vries Centrum. De Hortus zelf valt hier niet onder maar heeft een eigen bestuur. |
Interview 2013; 2:33 |
Interview 2013; 1:58 |
In de Plantagebuurt waren verschillende 'groene organisaties', die een los samenwerkingsverband hadden ('De Groene Plantage'), en ook wel in het Hortusgebouw wilden. |
Het IVN wilde wel meewerken aan het ontruimen van de Artislokaliteiten door naar het Hortusgebouw te verhuizen maar ondervond problemen met de Stichting Hortus, die niet wilde meewerken. Bovendien had het IVN nog een huurcontract van vijf jaar met Artis. Wethouder Rick ten Have, die betrokken was bij zowel het Artis- als het Hortusbestuur heeft toen geregeld dat de verhuizing doorgang kon vinden. |
Adjunct-directeur Hugo Bunte heeft heel veel werk gedaan om de diverse instellingen voor NME die in en om de Plantagebuurt aanwezig waren en die nogal uiteenlopende belangen hadden, toch samen te brengen in een Stichting die het beheer over het Hugo de Vries Centrum zou voeren. Dit overleg stond bekend als het 'Hugo-beraad', uiteraard genoemd naar Hugo de Vries. Hugo Bunte maakte daarna nog jaren deel uit van het bestuur van de Van Dijk-Nijkampstichting. Hiernaast: Hugo Bunte op het dak van het Hugo de Vries Centrum. De foto maakte deel uit van een groot artikel in de krant 'Nieuws van de Dag', van 20 april 1991. |
Klikken op het logo voert naar de site.
Klik op de logo's. |
Het centrale deel van het gebouw werd gebruikt door het IVN. Tot de overige organisatie die in het zo genoemde 'Hugo de Vriescentrum' plaatsnamen behoren:
Deze organisaties werden tezamen de 'Groene Plantage' genoemd, waarin ook deelnamen: Artis, het Zoölogisch Museum, het Artis-Planetarium (nu in Artis), het Atis-Geologisch Museum. |
Prof. Dr. Hugo de Vries, 1848-1935. |
Hugo de Vries was eerst lector, daarna hoogleraar aan de UvA van 1877-1918. Tevens was hij directeur van de Hortus botanicus. Zijn (zeer grote!) verdiensten liggen in het herontdekken van de Wetten van Mendel inzake de overerving van eigenschappen, en vooral in het opstellen van de mutatietheorie: de theorie dat erfelijke factoren (genen) kunnen veranderen. Om Hugo de Vries te bewegen niet in te gaan op een eervol aanbod van een Amerikaanse universiteit en hem voor Amsterdam te behouden werd in 1912 een heel nieuw gebouw neergezet op de plaats van de oude palmenkas: het Hugo de Vries laboratorium. Naastliggende gebouwen en kleine laboratoria werden gemoderniseerd en bij het hoofdgebouw getrokken. Het gebouw werd officieel geopend op 13 januari 1915. |
Meer over Hugo de Vries en de Hortus.
Hugo de Vries centrum: Hoog in de gevel boven de poort zie je deze afbeelding. Ga met de muis over de afbeelding. Direct boven de ingangsdeur zie je deze benaming. |
Hugo de Vries, rond 1905. |
Teunisbloem, onderzoeksplant nr 1! |
Die Mutationtstheorie, 2 delen, 1901-03. |
1870 | Proefschrift van Hugo de Vries: 'De Invloed der Temperatuur op de Levensverschijnselen der Planten'. |
1877 | Lector in de Experimentele Plantenfysiologie aan de (formeel net opgerichte) UvA. |
1881 | Hoogleraar aan de UvA, met het accent op de anatomie en de fysiologie van planten. De Vries heeft grote belangstelling voor de -toen- omstreden evolutietheorie. Hij doet onderzoek hiernaar. |
1896 | De Vries wordt directeur van de Hortus en de bijbehorende laboratoria (als opvolger van Prof. Dr. C. Oudemans). |
1901-1903 | De Vries publiceert de tweedelige Die Mutationstheorie, waarin hij plotseling optredende veranderingen ('mutaties') voorstelt als verklaring voor het ontstaan van nieuwe soorten. Hij deed onderzoek vooral met Teunisbloemen. Tijdens dit onderzoek stuitte hij op het vergeten werk van Gregor Mendel inzake de erfelijkheidswetten en De Vries publiceerde deze eveneens. De theorieën van De Vries vonden breed onthaal en leidde overal tot nieuw onderzoek. Hij werd er wereldberoemd mee en kreeg vele uitnodigingen om lezingen te houden, zoals in 1904 en 1906 aan de Berkeley-University in Californië. |
1910 | De Vries kreeg het aanlokkelijke aanbod voor een leerstoel aan de Columbia University (New York) waar hij ook Hoofd Afdeling Plantkunde kon worden. Hij wilde daar op ingaan. De UvA mét de gemeente Amsterdam wilden hem echter behouden en waren bereid tot het verruimen van zijn onderzoeksmogelijkheden door het bouwen van een nieuw laboratorium (1911-1915), een nieuwe Plantenkas (1912) en een vermindering van zijn onderwijstaken. Zijn student en protegé Theo Stomps werd hoogleraar in de Systematisch Plantkunde. |
1918 | De Vries gaat met emeritaat en vestigde zich in Lunteren. |
De Vries woonde van 1884-1916 in dit huis aan de Plantage Parklaan nr 9, op slechts enkele minuten gaans van zijn werkplek! Daartoe hoefde hij alleen nog maar door het hekje te gaan. |
Deze plaquette hangt in de entreehal van de Hortus, hier aangebracht ter gelegenheid van de officiële opening van het gebouw op 13 januari 1915. |
Het gebouw werd opgeknapt en kreeg meer ruimte door het aanbrengen van tussenverdiepingen ('entresols'). Het IVN bezette het centrale gedeelte; de andere organisaties vonden een plek in de 'vleugels'. |
- Plastiek
- Informatiecentrum
- Beheersstichting
- X-sluit
In de vide van het Hugo de Vriescentrum hangt een plastiek vervaardigd door Joris Wille, beeldend kunstenaar te Amsterdam (1995). Het was een geschenk van het Prins Bernhardfonds aan het NME-centrum. Het stelt een vrouwentors voor met een bel, beide van messing, omgeven door een ring van blauw neon. Naam: van het werk is: Nymphaeum. Genoemd naar Nymphaea alba, de witte waterlelie, het IVN-symbool. Het wil herinneren aan het Arcadia, beschreven door Vergilius: een geïdealiseerde landstreek in een ver verleden, de ‘gouden tijd’. In feite dus een ideaal! De vrouwentors staat voor de nimf die de bron (water, wijsheid) bewaakt, ofwel een najade. |
Informatiecentrum. Ga met de muis over de foto. De bovenste foto toont de vitrines in 1991, de onderste een deel van het centrum in 1999. |
Het Hugo de Vries centrum had een uitgebreid informatie- en documentatiecentrum. De materialen van het IVN werden al snel samengevoegd met die van het Anmec. Het centrum was gespecialiseerd in NME, natuur en milieu, onderwijs en voorlichtingsmethoden. Er kwamen veel aanvragen van scholen, zoals voor opgezette dieren en ontdekdozen en -kisten. En al snel rukte ook hier de computer op: er kwam een digitaal documentatiesysteem (database) dat ook online te benaderen was. Er kwamen per jaar gemiddeld 5000 bezoekers, onderwijsmensen (als links op de foto) en ook IVN-ers. Daarnaast kwamen er veel vragen binnen over de post of via de telefoon. |
In het informatiecentrum hebben meerdere mensen gewerkt. Ga met de muis over de foto's om hun namen te zien. |
Dit fonds werd opgericht in 1949. Het had toen de naam van 'Nationaal Fonds ter Bestrijding van Natuurontluistering'. Het eerste logo van dit Natuurfonds. Later werd dit fonds omgedoopt tot de 'Stichting Fonds voor Natuur en Milieu-educatie'. Het wordt vanaf 1997 beheerd door de 'Van Dijk Nijkamp Stichting'. Zie de STATUTEN, art. 2 (Ga met de muis over deze tekst) |
Het Hugo de Vries Centrum werd aanvankelijk beheerd door de 'Stichting tot Beheer van de Fondsen uit de Actie Natuur'. Deze Stichting dateerde uit de jaren '70. Zij had tot doel de gelden, ooit in een grote televisieactie bijeengebracht, te beheren en (onder meer) te besteden aan het realiseren van een Nationaal Centrum voor NME. In de loop der jaren heeft het IVN en zijn werkgroepen van die gelden geprofiteerd, maar bovenal is een groot deel van het Hugo de Vriescentrum (waarin onder andere het IVN gevestigd is) van dat geld bekostigd. Dit gebouw is een Rijksmonument. De beheersfunctie is in 1997 overgenomen door een andere rechtspersoon, de 'Van Dijk Nijkamp Stichting'. Bij deze Stichting is nog een tweede fonds ondergebracht, de 'Stichting Nationaal Fonds voor NME', ook bekend als het 'Kikkerfonds' naar het logo waarop twee kikkers prijken. Dit fonds ondersteunt de natuureducatie, en zeker niet alleen door het IVN, maar ook door andere initiatieven. Zo kunnen IVN-afdelingen financiële ondersteuning aanvragen (via de website van het IVN). Het ondersteunen van de natuureducatie – en in het bijzonder ook die van het IVN – wordt nu overgelaten aan dat Natuurfonds. De statuten zijn aan die gewijzigde doelstelling aangepast. Om de functieverandering te accentueren kreeg de Beheersstichting een nieuwe naam: de Van Dijk-Nijkamp Stichting. |
Beleid en Structuur
In dit decennium zijn er veranderingen in beleid en organisatie.
1992-1993 - In het kader van de bestuursherstructurering wordt er een Verenigingsraad ingesteld als opvolger van de Algemene Vergadering. De Raad is het hoogste orgaan van de vereniging. Hij bestaat uit 50 gekozen afgevaardigden vanuit de districten (provincies en de werkgroepen WVS en WvK).
1993 - Reorganisatie van het Landelijk Bureau. Doel is verbetering van de inhoudelijke deskundigheid en effiiëntie van de werkorganisatie. Uitgangspunt: meer kwaliteit (diepgang), minder kwantiteit (breedte), ofwel: 'Je moet niet alles willen en overal aan mee willen doen, maar wát je doet moet je goed doen''. De consulentschappen worden omgevormd tot nieuwe sectoren.
1995 - Beleidsplan 1996-2000 vastgesteld. Het IVN telt nu meer dan 1000 werkgroepen die actief zijn in bijna 180 afdelingen. Hun werk vormt de basis van het IVN. Het Beleidsplan speerpunten. Kadervorming is een van de belangrijkste.
1998 - Een heldere Verenigingsstructuur wordt gepresenteerd.
- Missie
- Verenigingsraad
- Verenigingsstructuur
- Bureauorganisatie
- Beleidsplan 1996-2000
- X-sluit
Het werd algemeen gebruikelijk doel(en) van een organisatie als 'mission statement' te vermelden. |
De missie van het IVN werd in 1993 zo geformuleerd:
|
Het IVN heeft bijna 180 afdelingen, die gegroepeerd zijn in districten (provincies + WVS + WVK). Het ledenaantal per district bepaalt het aantal zetels dat elk district heeft in de Verenigingsraad. Stand in 1992. |
|
'Het "IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie" is een vereniging van vrijwilligers en beroepskrachten, die streeft naar meer natuur en een betere kwaliteit van het milieu. Verspreid over Nederland heeft het IVN bijna 180 afdelingen. Circa 16 000 leden zetten zich actief in voor natuur en milieu door middel van allerlei voorlichtende en educatieve activiteiten voor jong en oud, zoals excursies, cursussen, tentoonstellingen en lezingen. De afdelingen van het IVN werken samen in 12 districten die het IVN-werk op provinciaal niveau coördineren. Afgevaardigden uit deze districten vormen de Verenigingsraad, die de landelijke bestuursleden benoemt. Het beroepsapparaat staat olv een directeur en bestaat uit het Landelijk Bureau met het Bureau NME-diensten en 11 Provinciale Consulentschappen Natuur- en milieueducatie.' Bron: Jaarverslag 1998. |
Begin jaren '90 werd het Landelijk Bureau gereorganiseerd. Allereerst werden er Kerntaken omschreven. In het verlengde daarvan is de sectorindeling van het beroepsapparaat op de schop gegaan. Doel hiervan was een efficiëntere bedrijfsvoering, waarbij ook het werk van de sectoren beter op elkaar afgestemd werd.
Kerntaken van het Landelijk Bureau (omschreven in 1997):
- Ontwikkeling en deskundigheidsbevordering, op het gebied van NME, NME-beleid en NME-netwerken, met de nadruk op projectmatig werken;
- Advisering op het gebied van NME, NME-beleid en NME-netwerken, met nadruk op de Provinciaal Consulentschappen NME en aan derden op landelijk niveau;
- Ondersteuning en Serviceverlening voor de NME-organisatie, met de nadruk op steun aan het provinciaal niveau en op steun via landelijke publiciteit en de verzorging van kadervorming, PR en belangenbehartiging voor alle IVN-geledingen.
Oude indeling in consulentschappen (ofwel: sectoren)
|
Nieuwe indeling in sectoren:
|
'Adviseren en begeleiden van NME-beroepskrachten, overheden en vrijwilligers en ontwikkeling van NME-programma’s zijn de voornaamste taken van de beroepskrachten. Bij het IVN werken 94 mensen, van wie 29 op het Landelijk Bureau en 65 bij de Provinciale Consulentschappen. Het IVN is dé NME-netwerkorganisatie in Nederland.' (Jaarverslag 1988) |
Earth Education is een door de Amerikaan Steven van Matre ontwikkelde aanpak voor NME. Het kenmerkt zich door een programmatische aanpak waarin natuurbeleving, kennis van en inzicht in ecologisch concepten en handelingsperspectief met elkaar verweven worden. Het concept maakte opgang in de jaren '90, onder meer in het Verenigd Koninkrijk. |
1995 - De Verenigingsraad van het IVN stelt het beleidsplan 1996-2000 vast. Speerpunten:
|
Nieuwe huisstijl
Al in 1987 bleek uit een onderzoek van het NIPO dat de landelijke bekendheid van 'Het IVN' te wensen overliet. Het Bestuur vroeg een PR-adviesbureau een plan voor public relations op te zetten. In 1992 resulteerde dit in:
- Een naamsverandering. "Het IVN" noemt zich niet meer "Instituut voor Natuurbeschermingseducatie", maar "IVN, Vereniging voor natuur- en milieueducatie" (zonder bepalend lidwoord!). En het wordt 'IVN' zónder de puntjes (die trouwens al lang niet meer geplaatst werden!).
- Een nieuwe huisstijl inclusief een nieuw logo. De letters ín het gestileerde waterlelieblad bevorderden de naamsbekendheid.
- Een nadrukkelijke presentatie in de publiciteit als dé natuureducatieve landelijk vereniging in Nederland.